Wat als we 30 jaar ouder waren, wat hadden we dan gestemd?

Door: Bianca Schmale & Lennart van Iperen

De UvA staat bekend als een nogal linkse universiteit. Er werd zelfs gesteld dat er sprake zou zijn van linkse indoctrinatie. Vele studenten stemmen links. Maar hoe zit het over 30 jaar als iedereen afgestudeerd is. Heeft het hebben van een vaste baan met een midden tot hoog inkomen of een eigen onderneming invloed hierop? Gaan wij allemaal dus als we afgestudeerd zijn dan rechtser stemmen? Stemmen mensen rechts uit een economisch perspectief? Waarom stemmen mensen links? En wat is eigenlijk de definitie van links- en rechtse politiek? Maar belangrijker nog: kan de tegenstelling rechts en links eigenlijk nog wel gesteld worden? In deze blogpost zijn wij op onderzoek uit gegaan om voor onszelf, maar ook voor jullie lezers enkele antwoorden te vinden op onze vragen.

We zijn een aantal versies tegengekomen over de oorsprong van de linkse en rechtse verdeling. Maar de verklaring die verwijst naar de Franse Revolutie in 1789 omschreven door ‘’J.A. Laponce’’ is erkend door velen als de meest aanvaardbare en gangbare. Het had te maken met de verdeling van de groepen mensen in het parlement. Voorstanders van politieke veranderingen en egalitaire uitgangspunten werden links genoemd. En conservatieve voorstanders van de status quo rechts. In het centrum zaten dan degenen die tussen hen een compromis wilden vormen. Vervolgens hebben wij kort samengevat drie varianten gevonden die toegepast kunnen worden op Nederland als het gaat om de verdeling tussen links en rechts.

Als eerste is de verdeling gebaseerd op religie (katholieken en de protestanten) en klasseposities. Deze waren vroeger heel erg bepalend voor het linkse of rechtse stemgedrag. Er zijn auteurs die stellen dat de tegenstelling tussen links en rechts er nog steeds is, maar dat de betekenis langzamerhand aan het veranderen is.  In deze optiek vervangt polarisatie over de nieuwe culturele thema’s die over de voormalige religieuze- en klassenthema’s. Culturele thema’s die onder andere steeds belangrijker worden zijn: harder optreden tegen criminaliteit, immigrantenproblemen en recht en orde.

Daarnaast wordt er gesteld dat de verdeling tussen links en rechts subjectief is en weinig inhoudelijke validiteit kent, omdat er sprake is van zelfplaatsing (iemand plaatst zichzelf in de linker- of rechter hoek). Dit heeft te maken met de voorkeur voor een bepaalde politieke partij en de positie die mensen innemen bij politieke en ideologische vraagstukken in de samenleving.

Als derde wordt er gesteld dat links en rechts allemaal langzaam naar het midden schuiven. Ze komen dichter bij elkaar en er is nauwelijks meer verschil. Daarnaast is er altijd voor het vormen van een regering een coalitie nodig van twee of meer partijen. Omdat geen één politieke partij in Nederland het voor elkaar krijgt over een meerderheid te beschikken in de Tweede Kamer. Dus ook op die manier komen links en rechts dichter bij elkaar te staan.

Ten slotte om terug te komen op de vraag: Wat als we 30 jaar ouder waren, wat hadden we dan gestemd? Er zijn verschillende factoren die dus meespelen in het bepalen van de tegenstelling tussen links en rechts. De operationalisering speelt daarbij een belangrijk rol. Dat er in de media wordt geroepen dat de UvA met name links zou zijn, valt dus om die reden nog maar te bezien. In hoeverre men rechtser gaat stemmen als hij ouder is en student-af valt dus ook niet direct een antwoord op te geven. Aangezien de hiervoor genoemde argumenten laten zien dat het verschil tussen links en rechts slechts subjectief is. Een mogelijkheid voor verder onderzoek is om een survey af te nemen bij oud studenten en dat daarin gevraagd wordt wat ze vroeger stemden in hun studententijd en wat ze nu stemmen. Ook andere factoren kunnen bevraagd worden in de survey om te kijken of er bijvoorbeeld een economisch verband is. Verder is het kader van links en rechts onderhevig aan verandering met de tijd. Daarom valt niet te zeggen wat in de toekomst nou ‘rechts’ en ‘links’ precies betekent. De tijd zal het ons leren of wij over 30 jaar anders zullen stemmen in vergelijking met nu.

Achterberg, P. (2006). Het einde van links en rechts: realiteit of populaire mythe. Mens & Maatschappij81(1), 51-63.
Eisinga, R., Lammers, J., & Pelzer, B. (1994). Trends in links/rechts-oriëntatie en politieke-partijkeuze, 1976-1992. Mens en Maatschappij69(2), 169-186.
van Liefferinge, H., & Verlet, D. (2006). Op het kruispunt van de politiek: links en rechts in Vlaanderen. Academia Press.
NOS (2017) TK17: bekijk de uitslagen (per gemeente) en vorm je eigen coalitie. Beschikbaar via: nos.nl/artikel/2163332
Ramautarsing, Y. (2006) Een einde van linkse indoctrinatie op onze universiteiten? Beschikbaar via: http://sceptr.net/2017/03/ontmaskering-linkse-indoctrinatie-nederlands-onderwijs-is-aanstaande/
Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Create a free website or blog at WordPress.com.

Up ↑

%d bloggers like this: